Slappe kost

gedeputeerden van de provincie Limburg

“Ik heb het over het interview van de nieuwe Limburgse deputatie in de weekendeditie van Het Belang van Limburg van zaterdag 26 en zondag 27 januari 2019”, zegt gewezen gedeputeerde en provincieraadslid Ludwig Vandenhove.  “Je kan toch op zijn minst verwachten dat een nieuwe deputatie met een beleidsvisie komt, los van de technische documenten, die nodig zijn in het kader van de Beheers- en Beleidscyclus (BBC).

Inmiddels zijn we bijna 4 maanden na de provincieraadsverkiezingen van zondag 14 oktober 2018 en bijna 2 maanden na de installatie van de nieuwe provincieraad.
Als provincieraadsleden hebben wij nog geen enkel document gezien over welke plannen er zijn.
Dit interview is het eerste.

Deze deputatie mist ambitie. Kan ook moeilijk anders van 3 partijen (N-VA, CD&V en Open Vld), die de afslanking van de provincies mee hebben bewerkstelling in de huidige Vlaamse regering, waarvan zelfs één gaat voor het definitief verdwijnen ervan (N-VA).
Waarom doet de Limburgse deputatie geen voorzet naar alle democratische partijen toe om in hun verkiezingsprogramma voor  zondag 26 mei 2019 het behoud van de provincie Limburg voorop te stellen?
In december 2018 en januari 2019 hebben we al provincieraden gezien met bijna niets op de agenda en dat zal er niet beter op worden.
De huidige Vlaamse regering heeft de provincies dermate geamputeerd dat de volgende stap er bijna logisch zit aan te komen: afschaffen.
Tenzij deputaties erin slagen om een aantal politieke thema’s naar zich toe te trekken, die de burger kunnen begeesteren, zoals bijvoorbeeld klimaat en/of mobiliteit.
Dit geldt zeker voor Limburg omwille van het gekende Limburgprofiel en het ontbreken van een echte grote stad.

Als mijn vroegere goede collega Igor Philtjens in het interview spreekt over externe factoren, waar de vorige deputatie tegen gevochten heeft, moet hij man en paard noemen: de Vlaamse regering in het algemeen en de N-VA in het bijzonder.

De provincie Limburg moet expliciet durven kiezen voor de ondersteuning van gemeenten  en steden. Zij moet eveneens de lead nemen in de eventuele hertekening van Limburg.
Persoonlijk ben ik voor een verdere samenwerking van gemeenten en politiezones, maar niet voor fusies.

Ik heb dit al vaak genoeg geargumenteerd, maar als ik de media volg, kan het voor heel wat burgemeesters niet snel genoeg gaan. Wat echter nooit gezegd wordt is dat hier vooral persoonlijke redenen (‘baas over een groter gebied’) of partijpolitieke redenen spelen (zie Oudsbergen en Pelt).
De provincie Limburg zou hier een sturende rol kunnen in spelen, rekening houdende met alle elementen, niet in het minst het democratisch draagvlak en de betrokkenheid van de bevolking.

Ik heb in het verleden vaak gezegd, ook als gedeputeerde, dat provincies zich bescheidener moesten opstellen, onder andere qua omkadering.
De provincie heeft hierbij steeds wrevel opgeroepen bij de andere politieke niveaus.
Dit wordt zelden openlijk gezegd, maar ik ben ervan overtuigd dat dit sterk meespeelt in het pleidooi om de provincies af te schaffen. Ja, er is een zekere afgunst van andere politici en andere politieke niveaus.

Ik ben het eens met gedeputeerde Tom Vandeput dat  de provincie geen subsidiebaxter mag zijn.
De vraag is alleen welke partij dat vooral van de provincies gemaakt heeft. Inderdaad, zijn CD&V met haar zuilen.
Ik heb tijdens de vorige deputatie met alle collega’s goede verhoudingen gehad, maar de enkele meningsverschillen, die ik had, op het dossier van de nv Essers na, draaiden vooral rond subsidiedossiers voor organisaties van de katholieke zuil.
Ik wens Tom Vandeput veel succes met zijn plan.

Wat gezegd wordt over mobiliteit ontgoochelt mij erg.
Waar zijn de forse verklaringen van voor de verkiezingen dat er een Limburgs plan zou gemaakt worden welke de prioriteiten voor Limburg zijn op het vlak van mobiliteit?
Op basis van die inventaris, zou de Limburgse Reconversie Maatschappij (LRM), samen met eventuele eigen middelen van de provincie, kunnen pré-financieren in afwachting van de nodige federale en Vlaamse middelen.
Ik hoor of lees daarvan nu niets (meer).
Dit is iets wat nu perfect zou kunnen voorbereid worden in afwachting van de nieuwe Vlaamse regering.
Gezien de relatief grote consensus, die in Limburg bestaat rond de belangrijkste mobiliteitsdossiers, zou hier best de oppositie in de Limburgse provincieraad bij betrokken worden.
Er kan verder gewerkt worden op de plannen, waar gewezen collega-gedeputeerde Jean-Paul Peuskens een aanvang mee gemaakt heeft.
De invoering van vervoerregio’s in Vlaanderen zal weinig veranderen voor Limburg.
Zij dreigen eerder ‘praatbarakken met te weinig middelen’ te worden.

Het plan om van het provinciehuis een Limburgcampus te maken heeft mijn volledige steun en leefde ook al bij de vorige deputatie. Maar wat vinden de organisaties hiervan, die genoemd worden in het interview (de afvalintercommunale Limburg.net;  NutshoudersMaatschappij (NUHMA);  s-Lim Smart Region Limburg; Bionerga)?
Zonder hen gaat dit uiteraard niet.

Ik begrijp volkomen dat mijn opvolger Bert Lambrechts (N-VA) nog aan het studeren is, maar qua klimaat is er niet veel tijd te verliezen. Er liggen trouwens heel wat afgeleverde documenten klaar voor hem vanuit mijn periode als gedeputeerde, waarbij er vooral ondersteunend naar gemeenten en steden kan toegewerkt worden.
De lokale besturen zijn belangrijke partners in een Limburgse klimaatvisie, omdat zij het dichts bij de bevolking staan en bijgevolg een belangrijke rol qua sensibilisering kunnen spelen.

Ik hoop dat wij als provincieraad de kans krijgen om over deze punten een grondig debat te voeren, maar ik vrees ervoor.”

Tags: