Bezoek aan Kosovo!

“Op maandag 13 juli 2009 heb ik als voorzitter van de commissie voor de Landsverdediging in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een bezoek gebracht aan de Belgische troepen in Kosovo.”, aldus burgemeester - federaal volksvertegenwoordiger Ludwig Vandenhove.


“Ook de Chief of Defence (CHOD) Charles-Henri Delcour en minister van Defensie Pieter De Crem waren hierbij aanwezig.
Aanleiding was de tien jaar Belgische aanwezigheid in Kosovo.”

Hieronder vindt u een aantal indrukken.

Wij zijn opgestegen om 07.00 uur ‘s morgens in Melsbroek en geland in Pristina rond 9 uur 45.
De busreis tot Mitrovica, over stofferige en zeer hobbelige wegen duurde iets meer dan een uur.
’s Avonds is alles verlopen volgens het omgekeerde scenario, wij zijn terug geland in Melsbroek rond 22.30 uur.

Waar gaat het over?
De spanningen tussen de Albanese en Servische Kosovaren, die altijd al hebben bestaan, maar die tien jaar geleden tot een hoogtepunt kwamen.
Komt daar nog de onafhankelijkheid bij, die Kosovo (een voormalige Servische provincie) uitgeroepen heeft op dinsdag 26 februari 2008.
Het noorden van Kosovo (geconcentreerd in en rond Mitrovica) aanvaardt die onafhankelijkheid nog altijd niet en voelt zich Servisch grondgebied.

Ik vind dit een interessante missie, omdat er niet alleen militairen aanwezig zijn, maar ook administratie, advocaten, douane, juristen en politie om in de nieuwe Kosovaarse staat te helpen een juridische en veiligheidsstructuur te vestigen.”, aldus Ludwig Vandenhove.
“Deze laatsten nemen deel onder de vlag van de Europese Unie (EULEX Kosovo) en er zijn een vijftigtal Belgen operationeel.
Het is voor mij een voorbeeld hoe diverse beroepscategorieën samen actief kunnen zijn in een buitenlandse missie, maar vooral ook hoe buitenlandse interventies diverse binnenlandse diensten kunnen bijstaan op weg naar (meer) vrede. Met andere woorden, er is een sterke betrokkenheid vanwege de plaatselijke bevolking. Dit staat in schril contrast met bijvoorbeeld andere buitenlandse missies waarin België actief is, zoals Afghanistan.
Zoals ik al vaak gezegd en geschreven heb, is dit voor mij de toekomstige ontwikkeling van buitenlandse missies.
En strikt genomen, in de letterlijke betekenis van het woord, zullen er dan misschien minder militairen bij aanwezig zijn, maar daarom niet minder personeel. Zo zie ik ook de personeelsevolutie qua buitenlandse opdrachten. Anders gezegd, niet minder, misschien zelfs meer, maar ander personeel!
Het is voor mij een voorbeeld van samenwerking, die eveneens in België op bepaalde vlakken zou kunnen tussen bijvoorbeeld politie en leger.
Zonder in deze bijdrage te vervallen in fundamentele discussies, zoals verschil in statuut, democratische controle, etc., zie ik bijvoorbeeld heel veel gelijkenis met wat de Belgische troepen doen als ‘Liaison and Monitoring Teams’ (LMT) met het werk van politie in België, die patrouille rijden. Ook gezamenlijke oefeningen en/of opleidingen behoren tot de mogelijkheden.
Hetzelfde kan gezegd worden als onze militairen bij onlusten en/of betogingen de rol van oproerpolitie waarnemen.”
De LMT’s patrouilleren in de steden, de dorpen en de bergen in het noorden van Kosovo en leggen contacten met de plaatselijke bevolking en de lokale autoriteiten (‘de polsslag voelen’).

Militairen ter plaatse beschouwen de toestand als ‘kalm, maar gespannen’. Dit is dan ook de reden waarom de internationale gemeenschap overweegt om de buitenlandse troepen volgend jaar ernstig in te krimpen. Ook België overweegt dit in samenwerking met Frankrijk (ze werken heel nauw samen) in het kader van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)-operatie Kosovo Forces (KFOR).
Momenteel zijn er nog een 200-tal Belgische militairen aanwezig.


“Sommigen zeggen we kunnen hier toch niet eeuwig blijven.
Mijn argument daartegen is dat de toestand er nog zeer broos is en dat het minste voldoende is om de situatie opnieuw te laten ‘ontbranden’ en dat we er dan als het ware al die jaren voor niets aanwezig geweest zijn. Dit is dan ook de reden waarom wij in het Belgisch parlement eindelijk eens een fundamentele discussie zouden moeten durven aangaan over de buitenlandse missies van onze militairen.”, zegt Ludwig Vandenhove.
“En ik weet dat we hierbij keuzes moeten maken, maar geef mij dan maar Libanon of Kosovo in plaats van Afghanistan.”

Het douanepersoneel ondervindt heel wat moeilijkheden bij het werk op het terrein, omdat de Serviërs de onafhankelijkheid van Kosovo niet aanvaarden en dus ook zeggen dat er geen grenzen zijn. Maar er zijn nog heel wat andere problemen, die de toestand heel snel opnieuw kunnen laten escaleren:
- niet alle vluchtelingen zijn teruggekeerd (om en bij de 2.000 personen zijn zelfs nog steeds vermist);
- niet alle geconfisceerde eigendommen zijn teruggegeven;
- de hoge werkloosheid (gemiddeld 50%);
- de armoede, die 1 op 3 Kosovaren treft;
- de jonge bevolking (50% is jonger dan 25 jaar);
- de corruptie, die welig tiert.
Onregelmatigheden, geweld, etc. zijn vaak het werk van de maffia, ook al komt het over alsof het gaat over het conflict tussen Albanezen en Serviërs;
- nepotisme (in de politiek);
- het wapenbezit bij de bevolking (is een traditie);
- de banden tussen de georganiseerde misdaad en de politiek.
Dit alles maakt dat Kosovo sedert zijn onafhankelijkheid geen goed (inter)nationaal imago heeft.

De gegevens en de cijfers hierboven bevestigen dit, maar Kosovo is een arm land, in feite een ontwikkelingsland.
“Geopolitiek bekeken, begrijp ik dat de EU Kosovo zo snel mogelijk wil laten toetreden, maar praktisch heb ik daar vragen bij. Dit bevestigt voor mij nog maar eens dat de EU de nadruk legt op een kwantitatieve benadering, niet op een diepgaander Europa.
Dezelfde ervaring had ik toen ik in 2004 in Roemenië was.
Begrijp mij niet verkeerd: de EU moet Kosovo helpen, maar moet dit echt via een lidmaatschap? Hoe krijg je bijvoorbeeld uitgelegd dat wij in Vlaanderen (terecht) enorm veel moeten investeren in een gescheiden rioleringsstelsel en in waterzuivering, terwijl in Kosovo totaal geen riolering is?”

“Deze ‘reis’ bevestigt voor mij dat je over internationale conflicten en/of buitenlandse dossiers heel veel kunt lezen en praten, maar dat terreinkennis heel belangrijk is om de situatie in te schatten. Zo heb je bijvoorbeeld de eerste indruk dat de lokale bevolking heel enthousiast reageert op de aanwezigheid van buitenlandse troepen. Bij nader inzien blijkt dat beeld toch een stuk genuanceerder.”, zegt burgemeester - federaal volksvertegenwoordiger Ludwig Vandenhove.
“Tot slot nog deze persoonlijke beschouwing: ik had de eer om samen met de CHOD in een gepantserd voertuig door Metrovica te rijden.
Als zoon van een korporaal bij het Belgisch leger doet mij dit iets en ben ik dankbaar om alle kansen, die ik krijg in onze maatschappij in het algemeen en de politiek in het bijzonder.”

Zie onder andere ook de websites www.mo.be, www.mil.be/miltv/ en www.dekamer.be waar u een verslag kan terugvinden over het bezoek aan Kosovo.

Zie onder andere ook de teksten ‘Afghanistan zien ... en dan!?’ en ‘Libanon: bezoek aan de Belgische troepen!’ op deze website.